historieEvolutie van de verwarmingssystemen

Centrale verwarming.
De naam van het systeem verwijst naar het principe: één enkele warmtebron verzorgt de verwarming in het gehele gebouw. Dit principe was bij de Romeinen reeds bekend, maar was daarna vergeten en het duurde tot het begin van de industrialisering en de ontdekking van nieuwe organische brandstoffen zoals steenkool, aardolie en aardgas voordat het principe opnieuw werd toegepast. Voor deze tijd was de stralingswarmte van het houtvuur of van de steen- kleikachel het enige verwarmingsmedium waarmee mensen zich tijdens de koude seizoenen konden verwarmen. De ontdekking van de nieuwe energiebronnen maakte het opstarten en uitbouw van de industrie mogelijk. Er werden kantoorgebouwen en fabrieken opgetrokken. De mensen brachten nu het grootste deel van hun tijd, zowel in de zomer als de winter, in afgesloten ruimten door. De verwarming van grote ruimten en van meerdere verdiepingen leidde tot de ontwikkeling van nieuwe verwarmingssystemen. Het gebruik van afzonderlijke stookplaatsen was veel te arbeidsintensief en de warmtebehoefte moest, om kosten te besparen, enkel gedurende de werktijden worden gedekt. Een centraal verwarmingssysteem voorziet in al deze behoeften. De open haard wordt tegenwoordig in de geïndustrialiseerde landen alleen nog als luxe gehouden. Het gebruik van een centrale stookplaats in combinatie met een buizenstelsel om de warmte doorheen het huis te leiden is meestal efficiënter.

Het is overigens niet per definitie efficiënter de energie centraal op te wekken. Voorbeelden van andere concepten zijn de zonnehaardwoning of de gaskachel. Het kan efficiënter zijn plaatselijk te stoken, afhankelijk van het soort gebouw en het gedrag van de gebruiker.

Bron: wikipedia